‘ARGO verlost docent van drie problemen’
Er is bijna geen vakgebied dat zo snel verandert als het autovak. Dat heeft consequenties voor het onderwijs. De docent staat voor de moeilijke taak om nieuwe technologie over te dragen, in een veranderende werkvorm aan een eveneens veranderende groep leerlingen. Electude wil met de e-learningmethode ARGO op deze drie aspecten een antwoord formuleren.
Toen Koen Berends en John Vlaar, na het doorlopen van de Pedagogische Technische Hogeschool, begin jaren 90 Electude oprichten, merkten ze al gauw dat hun doelgroep van (toekomstige) monteurs moeilijkheden ondervond de elektronica in het voertuig te begrijpen. Wat we niet kunnen zien, snappen we niet, was het credo bij de leerlingen. En dus moest Electude een methode vinden om deze abstracte techniek te visualiseren.
‘Ons uitgangspunt was om het onzichtbare zichtbaar te maken,’ zegt Koen Berends. ‘Met name bij onderwerpen als elektronica en netwerken in het voertuig kun je met behulp van animaties en simulaties meer duidelijk maken dan met lange verhalen en een plaatje in een boek. De werkelijkheid kent veel haken en ogen, en daarom wilden we een goed bruikbaar model maken voor de monteur dat hem inzicht zou geven in hoe dingen werken.’
3D-modellen
Waar andere partijen kiezen voor video- en foto, kiest Electude bewust voor visualisatie door middel van 3D-computer-modellen. ‘Het grote voordeel daarvan is dat niet de camera bepaalt wat je ziet, maar de gebruiker zelf.‘ Electude zocht een groep storyboardauteurs en interaction designers bij elkaar – veelal mensen afkomstig uit de gaming industrie – die didactisch en technisch in staat waren om de moderne techniek om te zetten in storyboards en 3D-visualisaties. Dankzij de trainingen die Electude verzorgde voor importeurs en fabrikanten als BMW, Mercedes en Volvo, kreeg het de modernste technieken vanaf de bron aangereikt. ‘Die technieken hebben we omgezet in simulaties en visualisaties: modellen maken van de werkelijkheid, noemen we dat.’
Berends en Vlaar beseften dat hun methode ook uitermate geschikt was voor het beroepsonderwijs, omdat ze inzagen dat de hedendaagse docent voor een moeilijke taak staat. Niet alleen verandert de inhoud van het vak in hoog tempo, ook het overdragen van het vak verandert drastisch. ‘De docent moet veel meer de rol van coach op zich nemen en de leerlingen op hun beurt moeten zelf veel actiever zijn.’
Een niet te onderschatten aspect daarbij is dat die leerlingen tegenwoordig op een andere manier kennis tot zich nemen dan de leerlingen van twintig jaar geleden. ‘De docent staat dus voor drie uitdagingen, waarvan wij ons hebben afgevraagd: goh, hoe moet je daarmee omgaan, zowel technisch inhoudelijk als didactisch?’
Met het aanpassen van de techniek ben je er nog niet, wisten Berends en Vlaar. Er moet ook wat veranderen aan het onderwijsproces. Berends: ‘In dat proces staat het boek centraal en dat voldoet heel aardig als je ouderwets frontaal lesgeeft. Leerlingen maken aantekeningen en tegen de tijd dat er een schriftelijke overhoring aankomt, kijkt een leerling zijn aantekeningen nog eens na en dan zal de overhoring wel ongeveer daarover gaan.’
In het huidige onderwijs wordt die werkwijze vaak omgedraaid: de leerling krijgt het boek en moet zelf de leerstof maar gaan bestuderen. ‘Dat heeft als nadeel dat de docent het overzicht kwijtraakt. Hij heeft geen inzicht in wat de leerlingen aan het doen zijn, je kunt hooguit zien wie aandachtig bezig is en wie uit zijn neus eet.’
E-learning is het antwoord
Het antwoord daarop is e-learning. Het maken van mooie interactieve 3D-modellen is één ding, een ander ding is om die in te passen in het onderwijs. Daarvoor creëerde Electude pakweg twee jaar geleden een webbased omgeving – tegenwoordig ARGO gedoopt – waarin leerlingen via internet of een lokaal netwerk opdrachten kunnen uitvoeren met die 3D-modellen. Zij krijgen daarmee inzicht in motoronderdelen die voorheen alleen zichtbaar gemaakt konden worden door ze uit elkaar te nemen. Voordeel van de virtuele modellen is dat de leerling ze op de computer ook, opengewerkt, werkend kan zien en manipuleren.
Voor de docent is er echter een nog groter voordeel, legt Berends uit. ‘Wij denken dat met name de achterkant van e-learning bij uitstek geschikt is om de docent in zijn rol als coach te ondersteunen. Dankzij de software kan hij zien waar leerlingen vastlopen, hoe lang en met welke intentie ze aan opdrachten werken, met welke onderwerpen ze bezig zijn en hoever ze daarin vorderen. Daarmee leveren we een aantal didactische instrumenten die voorheen absoluut niet voor handen waren.’
In het systeem is de educatieve-contentketen ingebouwd, zodat feedback direct door de leerling, via de docent, bij Electude terecht komt. ‘Wij krijgen elke week tientallen tickets uit het veld met directe opmerkingen die meestal dezelfde dag of de dag erop verwerkt zijn. Ik denk dat we de enige zijn in Nederland die dat waarmaken. En omdat het een webbased systeem is profiteren meteen alle gebruikers van de verbeteringen.’
Aansluiting bij belevingswereld
De methode sluit volgens Berends veel beter aan bij de belevingswereld van de jongeren, die gewend zijn om met computers om te gaan. ‘Ik heb zelf een blauwe maandag op de MTS gezeten en weet zeker dat als die docent mij het boek had gegeven en had gezegd: “Koen jongen, hier is het boek en de rest moet je zelf doen”, dan was het niet gelukt. En dat geldt voor een heleboel leerlingen. Ze kunnen een heleboel informatie tot zich nemen, maar niet op die manier. Daarom moeten we het zo aanreiken dat het wel aansluit bij hun belevingswereld en ik denk dat onze e-learning-methode dat bijna naadloos doet.’
Berends is niet bang dat Electude last krijgt van de wet van de remmende voorsprong. ‘De gemiddelde methode in de markt gaat tien jaar of langer mee. Wij bouwen het hele curriculum in vier jaar en als we daarmee klaar zijn beginnen we met de revisie. We komen steeds dichter bij het moment dat we het hele voertuig in modellen hebben gebouwd en dan kun je het hele ding binnenste buiten keren en ondersteboven leggen. De techniek verandert natuurlijk snel, maar ons systeem laat zich makkelijk up to date houden. Bovendien zijn we al klaar, voordat de rest de carburateur uit het curriculum haalt. Momenteel betreden we voorzichtig aan de Amerikaanse markt en daar lopen ze nog zeker tien jaar achter, dus we kunnen nog wel even voort.’
Toen Koen Berends en John Vlaar, na het doorlopen van de Pedagogische Technische Hogeschool, begin jaren 90 Electude oprichten, merkten ze al gauw dat hun doelgroep van (toekomstige) monteurs moeilijkheden ondervond de elektronica in het voertuig te begrijpen. Wat we niet kunnen zien, snappen we niet, was het credo bij de leerlingen. En dus moest Electude een methode vinden om deze abstracte techniek te visualiseren.
‘Ons uitgangspunt was om het onzichtbare zichtbaar te maken,’ zegt Koen Berends. ‘Met name bij onderwerpen als elektronica en netwerken in het voertuig kun je met behulp van animaties en simulaties meer duidelijk maken dan met lange verhalen en een plaatje in een boek. De werkelijkheid kent veel haken en ogen, en daarom wilden we een goed bruikbaar model maken voor de monteur dat hem inzicht zou geven in hoe dingen werken.’
3D-modellen
Waar andere partijen kiezen voor video- en foto, kiest Electude bewust voor visualisatie door middel van 3D-computer-modellen. ‘Het grote voordeel daarvan is dat niet de camera bepaalt wat je ziet, maar de gebruiker zelf.‘ Electude zocht een groep storyboardauteurs en interaction designers bij elkaar – veelal mensen afkomstig uit de gaming industrie – die didactisch en technisch in staat waren om de moderne techniek om te zetten in storyboards en 3D-visualisaties. Dankzij de trainingen die Electude verzorgde voor importeurs en fabrikanten als BMW, Mercedes en Volvo, kreeg het de modernste technieken vanaf de bron aangereikt. ‘Die technieken hebben we omgezet in simulaties en visualisaties: modellen maken van de werkelijkheid, noemen we dat.’
Berends en Vlaar beseften dat hun methode ook uitermate geschikt was voor het beroepsonderwijs, omdat ze inzagen dat de hedendaagse docent voor een moeilijke taak staat. Niet alleen verandert de inhoud van het vak in hoog tempo, ook het overdragen van het vak verandert drastisch. ‘De docent moet veel meer de rol van coach op zich nemen en de leerlingen op hun beurt moeten zelf veel actiever zijn.’
Een niet te onderschatten aspect daarbij is dat die leerlingen tegenwoordig op een andere manier kennis tot zich nemen dan de leerlingen van twintig jaar geleden. ‘De docent staat dus voor drie uitdagingen, waarvan wij ons hebben afgevraagd: goh, hoe moet je daarmee omgaan, zowel technisch inhoudelijk als didactisch?’
Met het aanpassen van de techniek ben je er nog niet, wisten Berends en Vlaar. Er moet ook wat veranderen aan het onderwijsproces. Berends: ‘In dat proces staat het boek centraal en dat voldoet heel aardig als je ouderwets frontaal lesgeeft. Leerlingen maken aantekeningen en tegen de tijd dat er een schriftelijke overhoring aankomt, kijkt een leerling zijn aantekeningen nog eens na en dan zal de overhoring wel ongeveer daarover gaan.’
In het huidige onderwijs wordt die werkwijze vaak omgedraaid: de leerling krijgt het boek en moet zelf de leerstof maar gaan bestuderen. ‘Dat heeft als nadeel dat de docent het overzicht kwijtraakt. Hij heeft geen inzicht in wat de leerlingen aan het doen zijn, je kunt hooguit zien wie aandachtig bezig is en wie uit zijn neus eet.’
E-learning is het antwoord
Het antwoord daarop is e-learning. Het maken van mooie interactieve 3D-modellen is één ding, een ander ding is om die in te passen in het onderwijs. Daarvoor creëerde Electude pakweg twee jaar geleden een webbased omgeving – tegenwoordig ARGO gedoopt – waarin leerlingen via internet of een lokaal netwerk opdrachten kunnen uitvoeren met die 3D-modellen. Zij krijgen daarmee inzicht in motoronderdelen die voorheen alleen zichtbaar gemaakt konden worden door ze uit elkaar te nemen. Voordeel van de virtuele modellen is dat de leerling ze op de computer ook, opengewerkt, werkend kan zien en manipuleren.
Voor de docent is er echter een nog groter voordeel, legt Berends uit. ‘Wij denken dat met name de achterkant van e-learning bij uitstek geschikt is om de docent in zijn rol als coach te ondersteunen. Dankzij de software kan hij zien waar leerlingen vastlopen, hoe lang en met welke intentie ze aan opdrachten werken, met welke onderwerpen ze bezig zijn en hoever ze daarin vorderen. Daarmee leveren we een aantal didactische instrumenten die voorheen absoluut niet voor handen waren.’
In het systeem is de educatieve-contentketen ingebouwd, zodat feedback direct door de leerling, via de docent, bij Electude terecht komt. ‘Wij krijgen elke week tientallen tickets uit het veld met directe opmerkingen die meestal dezelfde dag of de dag erop verwerkt zijn. Ik denk dat we de enige zijn in Nederland die dat waarmaken. En omdat het een webbased systeem is profiteren meteen alle gebruikers van de verbeteringen.’
Aansluiting bij belevingswereld
De methode sluit volgens Berends veel beter aan bij de belevingswereld van de jongeren, die gewend zijn om met computers om te gaan. ‘Ik heb zelf een blauwe maandag op de MTS gezeten en weet zeker dat als die docent mij het boek had gegeven en had gezegd: “Koen jongen, hier is het boek en de rest moet je zelf doen”, dan was het niet gelukt. En dat geldt voor een heleboel leerlingen. Ze kunnen een heleboel informatie tot zich nemen, maar niet op die manier. Daarom moeten we het zo aanreiken dat het wel aansluit bij hun belevingswereld en ik denk dat onze e-learning-methode dat bijna naadloos doet.’
Berends is niet bang dat Electude last krijgt van de wet van de remmende voorsprong. ‘De gemiddelde methode in de markt gaat tien jaar of langer mee. Wij bouwen het hele curriculum in vier jaar en als we daarmee klaar zijn beginnen we met de revisie. We komen steeds dichter bij het moment dat we het hele voertuig in modellen hebben gebouwd en dan kun je het hele ding binnenste buiten keren en ondersteboven leggen. De techniek verandert natuurlijk snel, maar ons systeem laat zich makkelijk up to date houden. Bovendien zijn we al klaar, voordat de rest de carburateur uit het curriculum haalt. Momenteel betreden we voorzichtig aan de Amerikaanse markt en daar lopen ze nog zeker tien jaar achter, dus we kunnen nog wel even voort.’
ARGO in het onderwijs
ARGO wint snel terrein in het onderwijs. Twee jaar na de introductie maken 5.000 van de circa 12.000 leerlingen motorvoertuigentechniek in Nederland gebruik van ARGO. Electude heeft inmiddels eenderde van het curriculum in haar eigen systeem gegoten. Het doel is om het volledige curriculum ergens in 2012 af te ronden, zodat het in de volle breedte toepasbaar is. Momenteel wordt de software vertaald naar meer dan twintig talen en zal Nederland als hoofdgebruiker binnen een jaar worden ingehaald door Amerika, Spanje en Maleisië. Electude heeft de ambitie om de grootste educatieve uitgever te worden op gebied van automotive learning.
ARGO wint snel terrein in het onderwijs. Twee jaar na de introductie maken 5.000 van de circa 12.000 leerlingen motorvoertuigentechniek in Nederland gebruik van ARGO. Electude heeft inmiddels eenderde van het curriculum in haar eigen systeem gegoten. Het doel is om het volledige curriculum ergens in 2012 af te ronden, zodat het in de volle breedte toepasbaar is. Momenteel wordt de software vertaald naar meer dan twintig talen en zal Nederland als hoofdgebruiker binnen een jaar worden ingehaald door Amerika, Spanje en Maleisië. Electude heeft de ambitie om de grootste educatieve uitgever te worden op gebied van automotive learning.