Electude Educatie in de praktijk
‘Als docent kan ik precies zien hoeveel fouten ze maken’
De afdeling Techniek van ROC Nijmegen is een opleiding zoals vele anderen in Nederland. Met dat verschil dat ze een aantal jaren geleden een nieuwe beroepstaakgeörienteerde leermethode introduceerden. Een eigen leermethode die prima aansluit bij het stappen-leerplan dat nu in de hele sector Techniek wordt ingevoerd.
Docent Hans Smits loopt met gezwinde pas door het schoolgebouw aan de Industrieweg in Nijmegen. Aan zijn heup bungelt een pasje aan een uitrolbaar elastiek, dat doet vermoeden dat hij net terug is van een skivakantie, maar zich nog niet helemaal wil overgeven aan de realiteit van alledag. In werkelijkheid geeft het pasje toegang tot elk lokaal op school. En niet alleen Smits heeft zo’n pasje, ook alle leerlingen, al hebben die vanzelfsprekend niet dezelfde toegangsprivileges als de docent. Voor hen dient het digitale plastic vooral ter registratie van de aanwezigheid. Bij binnenkomst van een lokaal piepen zij zich een weg langs de scanner en ‘weet‘ de school meteen wie er is en wie ontbreekt. Het toont aan hoe goed de zaken zijn geregeld in Nijmegen.
De innovatie toont zich ook op een ander vlak, het onderwijs zelf. Een aantal jaren geleden begon ROC Nijmegen na te denken over het vormgeven van het nieuwe leren, het competentiegericht onderwijs, waarin de nadruk meer moest komen te liggen op de ontwikkeling van kennis en vaardigheden die passen bij de leerling. Een lastig vraagstuk. ‘Als onderwijzers moesten we dat eerst zelf uitvogelen,’ zegt Hans Smits. ‘Want wat is dat precies, competenties leren? Welke richting gaat dat uit? Pas als je daar wat gevoel en visie bij krijgt, kun je materiaal gaan ontwikkelen. En dat moet dan ook werkbaar zijn, aan alle kanten kloppen en ook meetbaar zijn.’
In de basis verandert er uiteindelijk niet zoveel, meent Smits. ‘Een band plakken is nog steeds een band plakken. Maar de verandering zit ‘m in de manier van begeleiding en de omgang met leerlingen. Zodat zij niet alleen informatie krijgen aangereikt, maar zelf gaan nadenken: hoe moet dat nou? Hoe pak ik het aan? Hoe begin ik? Dat wilden we versmelten in de methode.’
Eigen leermethode
Bij gebrek aan bestaand materiaal zijn Smits en zijn collega’s zelf aan de slag gegaan met de ontwikkeling van een eigen beroepstaakgeörienteerde leermethode voor niveau 2. De eerste modules ervan zijn veel meer dan de vroegere lesaanpak gericht op wat de leerling in de praktijk moet kunnen.
Maar het inzicht was aanwezig dat je zoiets nooit alleen moet doen. Daarom zocht Nijmegen al snel de samenwerking met andere scholen die ook modules in dezelfde vorm gingen schrijven. Als een olievlek breidde het zich uit, totdat het uiteindelijk zo omvangrijk werd, dat Nijmegen niet langer de tijd had om het verder te ontwikkelen en te coördineren. De methode is daarom in het geheel in beheer gegeven bij Innovam, die het tegenwoordig uitgeeft. Hans Smits: ‘Inmiddels werken er in Nederland zestien scholen met de methode en het loopt fantastisch.’
Kern van de aanpak is dat de praktijk als uitgangspunt wordt genomen voor de lessen. Om dingen in de praktijk te kunnen, is bepaalde theoretische kennis nodig, en die wordt niet langer klassikaal gegeven volgens het dictaat van het theorieboek, maar in kleine groepjes of zelfs één op één, op momenten dat het onderwerp er om vraagt.
Webbased trainingen
Daarnaast wordt gebruik gemaakt van de computer, via de webbased trainingen van Electude Educatie. Smits: ‘We waren vorige week bezig met dieseltechniek. Dan zet ik een webbasedtraining op het bord en doen we één les klassikaal. Daarna zet ik in hun bestand andere lessen klaar en kunnen ze in het computerlokaal verder gaan werken. Dat werkt fantastisch. Per component is er een webbased les beschikbaar. Je kan dat meteen koppelen aan theorie en praktijk. Als ze dat onderdeel hebben afgerond, weten ze er alles van en kunnen ze door naar de volgende. Zo bouwen ze stap voor stap kennis op van een heel motormanagementsysteem. En als docent kan ik in het beheersysteem precies zien wie wanneer welke lessen volgt, of ze goed werken en hoeveel fouten ze maken.’
Het voordeel van de computertraining is dat het bepaalde onderwerpen inzichtelijk maakt. ‘Toen ik zelf nog in de garage werkte, moesten we een kapotte dynamo uit elkaar halen en er nieuwe borstels in zetten. Tegenwoordig gebeurt dat niet meer; het repareren kost meer dan het vervangen van het onderdeel. Maar de leerlingen moeten wel leren wat er met een dynamo gebeurt, welke storingen er kunnen voorkomen. De leermethode van Electude maakt dat inzichtelijk in drie dimenties. Laatst had iemand uit een garagebedrijf gezien dat één van de leerlingen ermee bezig was. Die kwam vervolgens naar mij en vroeg: “Kan ik dat ook doen...?”’
Flexibel
De methode blijkt ook flexibel genoeg om zich te laten inbedden in andere onderwijskundige ontwikkelingen. Zo heeft de directie van ROC Nijmgen onlangs besloten om in de gehele sector Techniek een nieuw 7-stappen plan door te voeren. Een methode ontwikkeld door een speciaal consortium, waarbij de beoordelingssystematiek is opgehangen aan zeven opeenvolgende stappen. ‘We zijn nu aan het kijken hoe we de methodes met elkaar kunnen versmelten. En omdat we al redelijk ver zijn met onze eigen methode verwacht ik dat het vrij gemakkelijk kan.’
Plezier in het werk
Smits merkt dat de leerlingen meer plezier hebben in het leren. Ze zijn gemotiveerder, niet alleen door de lesmaterialen en de methode op zich, maar doordat ze niet langer achterover kunnen leunen in de groep. ‘Als je één op één uitlegt of een soort examentje afneemt in het bedrijf waar ze werken, dan ga je hartsikke plat als je iets niet weet. En dat vindt de baas niet fijn.’
De jongens die doorstromen naar de BBL doen al hun praktijkopdrachten op het werk. Maar door de dynamiek van de dagelijkse praktijk komen ze niet toe aan alles, en de leermeester heeft niet altijd tijd om dingen extra uit te leggen. Daarom kunnen ze daarvoor op school terecht op de ene dag in de week dat ze, zoals dat heet, ‘nog in de schoolbanken zitten’.
Maar daarvan is in Nijmegen al lang geen sprake meer. ‘Vroeger zat zo’n jongen inderdaad de hele dag in de banken. Nu kruipt hij achter de computer of doet een stukje praktijk. Neem balanceren, wat in de werkplaats nog weinig voorkomt, dat doen wij hier in de praktijk, en we leggen uit waar het om gaat bij balanceren. Zo wordt elk onderwerp, of het nu een band is of cylinderkop van een auto, goed behandeld.’
Docent Hans Smits loopt met gezwinde pas door het schoolgebouw aan de Industrieweg in Nijmegen. Aan zijn heup bungelt een pasje aan een uitrolbaar elastiek, dat doet vermoeden dat hij net terug is van een skivakantie, maar zich nog niet helemaal wil overgeven aan de realiteit van alledag. In werkelijkheid geeft het pasje toegang tot elk lokaal op school. En niet alleen Smits heeft zo’n pasje, ook alle leerlingen, al hebben die vanzelfsprekend niet dezelfde toegangsprivileges als de docent. Voor hen dient het digitale plastic vooral ter registratie van de aanwezigheid. Bij binnenkomst van een lokaal piepen zij zich een weg langs de scanner en ‘weet‘ de school meteen wie er is en wie ontbreekt. Het toont aan hoe goed de zaken zijn geregeld in Nijmegen.
De innovatie toont zich ook op een ander vlak, het onderwijs zelf. Een aantal jaren geleden begon ROC Nijmegen na te denken over het vormgeven van het nieuwe leren, het competentiegericht onderwijs, waarin de nadruk meer moest komen te liggen op de ontwikkeling van kennis en vaardigheden die passen bij de leerling. Een lastig vraagstuk. ‘Als onderwijzers moesten we dat eerst zelf uitvogelen,’ zegt Hans Smits. ‘Want wat is dat precies, competenties leren? Welke richting gaat dat uit? Pas als je daar wat gevoel en visie bij krijgt, kun je materiaal gaan ontwikkelen. En dat moet dan ook werkbaar zijn, aan alle kanten kloppen en ook meetbaar zijn.’
In de basis verandert er uiteindelijk niet zoveel, meent Smits. ‘Een band plakken is nog steeds een band plakken. Maar de verandering zit ‘m in de manier van begeleiding en de omgang met leerlingen. Zodat zij niet alleen informatie krijgen aangereikt, maar zelf gaan nadenken: hoe moet dat nou? Hoe pak ik het aan? Hoe begin ik? Dat wilden we versmelten in de methode.’
Eigen leermethode
Bij gebrek aan bestaand materiaal zijn Smits en zijn collega’s zelf aan de slag gegaan met de ontwikkeling van een eigen beroepstaakgeörienteerde leermethode voor niveau 2. De eerste modules ervan zijn veel meer dan de vroegere lesaanpak gericht op wat de leerling in de praktijk moet kunnen.
Maar het inzicht was aanwezig dat je zoiets nooit alleen moet doen. Daarom zocht Nijmegen al snel de samenwerking met andere scholen die ook modules in dezelfde vorm gingen schrijven. Als een olievlek breidde het zich uit, totdat het uiteindelijk zo omvangrijk werd, dat Nijmegen niet langer de tijd had om het verder te ontwikkelen en te coördineren. De methode is daarom in het geheel in beheer gegeven bij Innovam, die het tegenwoordig uitgeeft. Hans Smits: ‘Inmiddels werken er in Nederland zestien scholen met de methode en het loopt fantastisch.’
Kern van de aanpak is dat de praktijk als uitgangspunt wordt genomen voor de lessen. Om dingen in de praktijk te kunnen, is bepaalde theoretische kennis nodig, en die wordt niet langer klassikaal gegeven volgens het dictaat van het theorieboek, maar in kleine groepjes of zelfs één op één, op momenten dat het onderwerp er om vraagt.
Webbased trainingen
Daarnaast wordt gebruik gemaakt van de computer, via de webbased trainingen van Electude Educatie. Smits: ‘We waren vorige week bezig met dieseltechniek. Dan zet ik een webbasedtraining op het bord en doen we één les klassikaal. Daarna zet ik in hun bestand andere lessen klaar en kunnen ze in het computerlokaal verder gaan werken. Dat werkt fantastisch. Per component is er een webbased les beschikbaar. Je kan dat meteen koppelen aan theorie en praktijk. Als ze dat onderdeel hebben afgerond, weten ze er alles van en kunnen ze door naar de volgende. Zo bouwen ze stap voor stap kennis op van een heel motormanagementsysteem. En als docent kan ik in het beheersysteem precies zien wie wanneer welke lessen volgt, of ze goed werken en hoeveel fouten ze maken.’
Het voordeel van de computertraining is dat het bepaalde onderwerpen inzichtelijk maakt. ‘Toen ik zelf nog in de garage werkte, moesten we een kapotte dynamo uit elkaar halen en er nieuwe borstels in zetten. Tegenwoordig gebeurt dat niet meer; het repareren kost meer dan het vervangen van het onderdeel. Maar de leerlingen moeten wel leren wat er met een dynamo gebeurt, welke storingen er kunnen voorkomen. De leermethode van Electude maakt dat inzichtelijk in drie dimenties. Laatst had iemand uit een garagebedrijf gezien dat één van de leerlingen ermee bezig was. Die kwam vervolgens naar mij en vroeg: “Kan ik dat ook doen...?”’
Flexibel
De methode blijkt ook flexibel genoeg om zich te laten inbedden in andere onderwijskundige ontwikkelingen. Zo heeft de directie van ROC Nijmgen onlangs besloten om in de gehele sector Techniek een nieuw 7-stappen plan door te voeren. Een methode ontwikkeld door een speciaal consortium, waarbij de beoordelingssystematiek is opgehangen aan zeven opeenvolgende stappen. ‘We zijn nu aan het kijken hoe we de methodes met elkaar kunnen versmelten. En omdat we al redelijk ver zijn met onze eigen methode verwacht ik dat het vrij gemakkelijk kan.’
Plezier in het werk
Smits merkt dat de leerlingen meer plezier hebben in het leren. Ze zijn gemotiveerder, niet alleen door de lesmaterialen en de methode op zich, maar doordat ze niet langer achterover kunnen leunen in de groep. ‘Als je één op één uitlegt of een soort examentje afneemt in het bedrijf waar ze werken, dan ga je hartsikke plat als je iets niet weet. En dat vindt de baas niet fijn.’
De jongens die doorstromen naar de BBL doen al hun praktijkopdrachten op het werk. Maar door de dynamiek van de dagelijkse praktijk komen ze niet toe aan alles, en de leermeester heeft niet altijd tijd om dingen extra uit te leggen. Daarom kunnen ze daarvoor op school terecht op de ene dag in de week dat ze, zoals dat heet, ‘nog in de schoolbanken zitten’.
Maar daarvan is in Nijmegen al lang geen sprake meer. ‘Vroeger zat zo’n jongen inderdaad de hele dag in de banken. Nu kruipt hij achter de computer of doet een stukje praktijk. Neem balanceren, wat in de werkplaats nog weinig voorkomt, dat doen wij hier in de praktijk, en we leggen uit waar het om gaat bij balanceren. Zo wordt elk onderwerp, of het nu een band is of cylinderkop van een auto, goed behandeld.’
Hans Smits: ‘Inmiddels werken er in Nederland zestien scholen met de methode en het loopt fantastisch.’
‘Een band plakken is nog steeds een band plakken. Maar de verandering zit ’m in de manier van begeleiding en de omgang met leerlingen.’
– Hans Smits, ROC Nijmegen
– Hans Smits, ROC Nijmegen