Electude Educatie in de praktijk
‘Een goede mix van eigen leermiddelen en die van Electude Educatie’
Het Graafschapcollege in Doetinchem kampte vorig jaar met een luxeprobleem. De leerlingen hadden in een halfjaar tijd alle praktijkopdrachten afgerond, waar ze normaal twee jaar over doen. Reden voor docent Thomas van Rijnsoever om wat leermiddelen aan te schaffen bij Electude Educatie. ‘Want we moeten wel zorgen dat ze op niveau blijven.’
Voor de meeste leerlingen die een eerste stap zetten in het ROC in Doetinchem is de kennismaking met techniek nieuw. Lang niet allemaal hebben ze een technische achtergrond, sterker nog: de meesten komen van een niet-technische vooropleiding. ‘Daarom krijgen ze de eerste zes maanden de basis van het vak uitgelegd,’ vertelt docent Thomas van Rijnsoever. ‘Ze leren wat eenvoudige praktijkvaardigheden, banden wisselen, een servicebeurt, zodat ze in het tweede halfjaar, als ze twee dagen per week op stage gaan, weten wat hen te wachten staat.’
Sinds de onderwijsvernieuwing een paar jaar geleden werd doorgevoerd, is de manier waarop het onderwijs wordt gegeven flink veranderd op het Graafschapcollege. Voorheen stond van Rijnsoever in elke klas zes uur per week theorieles te geven. En praten, dat kon hij wel. ‘Dan vertelde ik ze bijvoorbeeld van alles over het koelsysteem, terwijl de leerlingen misschien pas een halfjaar later voor het eerst een radiateur moesten vervangen. Nou, dat gebeurt niet meer. Het onderwijs is nu zo ingericht dat als ik het koelsysteem behandel, ze in de andere praktijkuren ook meteen praktijkopdrachten krijgen die te maken hebben met het koelsysteem.’
Afwisseling
Gedurende de hele opleiding – de eerste twee jaar van de basisopleiding en later als sommige doorstromen naar de BBL – kent het onderwijs veel meer afwisseling dan voorheen. ‘Vroeger kon ik alleen maar constateren of ze tijdens de les iets opschreven en of ze hun huiswerk maakten. Wat de waarde daarvan was? Ja, zeg het maar...’
Alles van a tot z uitleggen behoort daarom volgens Van Rijnsoever tot het verleden. ‘Veel simpele dingen kunnen ze ook zelf leren, zonder uitleg. En juist dan leren ze het vaak beter dan wanneer ik het voor de klas vertel.’
Instructiemomenten zijn daarom korter en alleen die onderwerpen waar wat meer over te vertellen is, dingen die niet in een boek staan, worden klassikaal behandeld. De leerlingen gaan veel meer zelf aan de slag met de theorie, maken zelfstandig hun theorie-opdrachten en als ze een hoofdstuk af hebben, krijgen ze wat bijbehorende praktijkopdrachten.
Naast het werkboek en de werkplaats, gaan de leerlingen ook op de pc aan de slag met de materie. De docenten kunnen opdrachten samenstellen via het webbased systeem van Electude, waarmee de leerlingen inzicht krijgen in de werking van motoronderdelen van binnenuit, aan de hand van interactieve computeranimaties.
'Het mooie is dat ze nu op verschillende manieren bezig zijn met hetzelfde onderwerp, bijvoorbeeld een waterpomp. Ze horen bij mij de theorie en daar praten we dan erover. Wat doet dat ding? Hoe zit het koelsysteem in elkaar? Vervolgens zien ze op de pc hoe het waterspoelen in een centrifugaalpomp werkt. En daarna gaan ze in de praktijk een waterpomp vervangen. En zo bied je op verschillende manieren hetzelfde product aan.’
Meer kennis bij de leerlingen
Het leren op de pc sluit heel goed aan bij de belevingswereld van de leerlingen. ‘Theorie en praktijk komen tegenwoordig veel beter samen en wij merken dat die jongens veel meer doen. Onze uitdaging is om het lesprogramma dynamisch te houden. Door een lesrooster samen te stellen, waarbij ze niet alleen in de klas zitten of achter de pc, maar de combinatie hebben met de praktijk. Daardoor denk ik dat hun totale kennis groter wordt.’
En zo kan het dus gebeuren dat leerlingen heel intensief met de lesstof omgaan en er uit enthousiasme snel doorheen zijn. ‘Eén van de praktijkdocenten stapte onlangs op me af en zei: “Thomas, we hebben een probleem, want die jongens hebben alles al af... Ik moet wel wat voor ze te doen hebben.” Alle praktijkopdrachten die ze normaal in twee jaar doen, hadden ze nu in een halfjaar al gedaan. Daarom hebben we toch weer wat aangeschaft bij Electude, lessen die met motormanagement te maken hebben, sensoren en actuatoren, uitlezen... Want we moeten wel zorgen dat ze op niveau blijven.’
Interessanter voor docenten
In de werkplaats van het ROC staan onder meer een Electude Verlichtingswand en Connect Motormanagementsysteem. Het is echter niet alleen Electude dat de klok slaat in Doetinchem. Van Rijnsoever heeft in de werkplaats ook een aantal eigen voertuigen staan; modellen van na 2001, die nog prima geprepareerd konden worden als analysevoertuig, waaronder een fraaie Nissan Micra 2005 en twee Yamaha motorfietsen uit 2007. ‘We hebben een goede mix van eigen leermiddelen en die van Electude Educatie.’
Voor de docenten wordt het werk er niet eenvoudiger op, maar wel interessanter. ‘Er is veel meer individueel contact met de leerlingen. En we hebben veel beter door hoe ze ervoor staan. Of als ze een keer niet zijn geweest. Ze krijgen veel verantwoordelijkheid, mogen hun eigen toetsen nakijken met het nakijkboek. Maar uiteindelijk moeten ze hun kennis laten zien in een mondelinge toets waarbij ik écht kritische vragen stel. Dan merk je dat ze het hebben begrepen, niet omdat ik het ze heb uitgelegd, maar omdat ze er zelf op allerlei manieren mee bezig zijn geweest.’
Voor de meeste leerlingen die een eerste stap zetten in het ROC in Doetinchem is de kennismaking met techniek nieuw. Lang niet allemaal hebben ze een technische achtergrond, sterker nog: de meesten komen van een niet-technische vooropleiding. ‘Daarom krijgen ze de eerste zes maanden de basis van het vak uitgelegd,’ vertelt docent Thomas van Rijnsoever. ‘Ze leren wat eenvoudige praktijkvaardigheden, banden wisselen, een servicebeurt, zodat ze in het tweede halfjaar, als ze twee dagen per week op stage gaan, weten wat hen te wachten staat.’
Sinds de onderwijsvernieuwing een paar jaar geleden werd doorgevoerd, is de manier waarop het onderwijs wordt gegeven flink veranderd op het Graafschapcollege. Voorheen stond van Rijnsoever in elke klas zes uur per week theorieles te geven. En praten, dat kon hij wel. ‘Dan vertelde ik ze bijvoorbeeld van alles over het koelsysteem, terwijl de leerlingen misschien pas een halfjaar later voor het eerst een radiateur moesten vervangen. Nou, dat gebeurt niet meer. Het onderwijs is nu zo ingericht dat als ik het koelsysteem behandel, ze in de andere praktijkuren ook meteen praktijkopdrachten krijgen die te maken hebben met het koelsysteem.’
Afwisseling
Gedurende de hele opleiding – de eerste twee jaar van de basisopleiding en later als sommige doorstromen naar de BBL – kent het onderwijs veel meer afwisseling dan voorheen. ‘Vroeger kon ik alleen maar constateren of ze tijdens de les iets opschreven en of ze hun huiswerk maakten. Wat de waarde daarvan was? Ja, zeg het maar...’
Alles van a tot z uitleggen behoort daarom volgens Van Rijnsoever tot het verleden. ‘Veel simpele dingen kunnen ze ook zelf leren, zonder uitleg. En juist dan leren ze het vaak beter dan wanneer ik het voor de klas vertel.’
Instructiemomenten zijn daarom korter en alleen die onderwerpen waar wat meer over te vertellen is, dingen die niet in een boek staan, worden klassikaal behandeld. De leerlingen gaan veel meer zelf aan de slag met de theorie, maken zelfstandig hun theorie-opdrachten en als ze een hoofdstuk af hebben, krijgen ze wat bijbehorende praktijkopdrachten.
Naast het werkboek en de werkplaats, gaan de leerlingen ook op de pc aan de slag met de materie. De docenten kunnen opdrachten samenstellen via het webbased systeem van Electude, waarmee de leerlingen inzicht krijgen in de werking van motoronderdelen van binnenuit, aan de hand van interactieve computeranimaties.
'Het mooie is dat ze nu op verschillende manieren bezig zijn met hetzelfde onderwerp, bijvoorbeeld een waterpomp. Ze horen bij mij de theorie en daar praten we dan erover. Wat doet dat ding? Hoe zit het koelsysteem in elkaar? Vervolgens zien ze op de pc hoe het waterspoelen in een centrifugaalpomp werkt. En daarna gaan ze in de praktijk een waterpomp vervangen. En zo bied je op verschillende manieren hetzelfde product aan.’
Meer kennis bij de leerlingen
Het leren op de pc sluit heel goed aan bij de belevingswereld van de leerlingen. ‘Theorie en praktijk komen tegenwoordig veel beter samen en wij merken dat die jongens veel meer doen. Onze uitdaging is om het lesprogramma dynamisch te houden. Door een lesrooster samen te stellen, waarbij ze niet alleen in de klas zitten of achter de pc, maar de combinatie hebben met de praktijk. Daardoor denk ik dat hun totale kennis groter wordt.’
En zo kan het dus gebeuren dat leerlingen heel intensief met de lesstof omgaan en er uit enthousiasme snel doorheen zijn. ‘Eén van de praktijkdocenten stapte onlangs op me af en zei: “Thomas, we hebben een probleem, want die jongens hebben alles al af... Ik moet wel wat voor ze te doen hebben.” Alle praktijkopdrachten die ze normaal in twee jaar doen, hadden ze nu in een halfjaar al gedaan. Daarom hebben we toch weer wat aangeschaft bij Electude, lessen die met motormanagement te maken hebben, sensoren en actuatoren, uitlezen... Want we moeten wel zorgen dat ze op niveau blijven.’
Interessanter voor docenten
In de werkplaats van het ROC staan onder meer een Electude Verlichtingswand en Connect Motormanagementsysteem. Het is echter niet alleen Electude dat de klok slaat in Doetinchem. Van Rijnsoever heeft in de werkplaats ook een aantal eigen voertuigen staan; modellen van na 2001, die nog prima geprepareerd konden worden als analysevoertuig, waaronder een fraaie Nissan Micra 2005 en twee Yamaha motorfietsen uit 2007. ‘We hebben een goede mix van eigen leermiddelen en die van Electude Educatie.’
Voor de docenten wordt het werk er niet eenvoudiger op, maar wel interessanter. ‘Er is veel meer individueel contact met de leerlingen. En we hebben veel beter door hoe ze ervoor staan. Of als ze een keer niet zijn geweest. Ze krijgen veel verantwoordelijkheid, mogen hun eigen toetsen nakijken met het nakijkboek. Maar uiteindelijk moeten ze hun kennis laten zien in een mondelinge toets waarbij ik écht kritische vragen stel. Dan merk je dat ze het hebben begrepen, niet omdat ik het ze heb uitgelegd, maar omdat ze er zelf op allerlei manieren mee bezig zijn geweest.’
Thomas van Rijnsoever: ‘Theorie en praktijk komen tegenwoordig veel beter samen en wij merken dat die jongens veel meer doen.’
‘Uiteindelijk moeten ze hun kennis laten zien in een mondelinge toets waarbij ik écht kritische vragen stel. Dan merk je dat ze het hebben begrepen, niet omdat ik het ze heb uitgelegd, maar omdat ze er zelf op allerlei manieren mee bezig zijn geweest.’
– Thomas van Rijnsoever, Graafschapcollege
– Thomas van Rijnsoever, Graafschapcollege